logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

De Nederlandse sporter van nu is liever ‘klant’ dan lid van een club

Sport in Nederland Clubs hebben het lastig en jongeren sporten minder in Nederland, blijkt uit het eerste overzicht van hoe we sporten en wie dat betaalt.

De sportende Nederlander is liever ‘klant’ dan lid van een club en dat zet het verenigingsleven onder druk. Dit blijkt uit het ‘brancherapport sport’ dat adviesbureau KPMG heeft geschreven op verzoek van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het is de eerste keer dat de organisatie en financiering van amateur- en topsport in Nederland volledig in kaart zijn gebracht.

Iets meer dan de helft van alle Nederlanders (8,8 miljoen mensen) sport iedere week. ‘Sport’ wordt in het onderzoek breed opgevat – wandelen en yoga tellen bijvoorbeeld mee. Een kwart van de mensen sport nooit. De participatie is daarmee ongeveer gelijk gebleven de afgelopen tien jaar, maar er is wel een tendens zichtbaar die op de lange termijn de sportwereld kan raken: vooral tachtigplussers worden actiever (stijging van 5,3 procent), terwijl jongeren iets vaker niets aan sport doen (daling van 0,8 procent). Games worden voorzichtig als oorzaak aangewezen.

De onderzoekers zien deze trend als een gevaar voor sportbeoefening in Nederland. „De sportbranche moet proberen om het aanbod aantrekkelijk te houden voor jongeren”, staat in het rapport. En: „De toename in sportdeelname door actiever wordende ouderen is naar verwachting in de toekomst niet voldoende om de daling bij jongeren te compenseren.”

Het verenigingsleven staat ook onder druk. Door „toegenomen welvaart” en „gebrek aan tijd” willen mensen liever zelf kiezen wanneer ze sporten dan zich aansluiten bij een vereniging met vaste trainingstijden en ieder weekend een wedstrijd. Er is dan ook een daling van 0,2 procent in het aantal lidmaatschappen te zien. Dat is een klein percentage, maar volgens de onderzoekers toch opmerkelijk omdat er juist meer verschillende sportverenigingen zijn bijgekomen. Bovendien zijn er binnen verenigingen problemen met het vinden van vrijwilligers, waardoor het lastig is om de club draaiende te houden. Slechts 14 procent zegt voldoende vrijwilligers te hebben – betaalde krachten zijn meestal financieel niet haalbaar – en veel clubs steunen op die ene enthousiasteling die alles draaiende houdt.

De ‘klantensporten’, zoals fitness, groeien wel. Gezamenlijk met bijna 2 procent, maar het aantal bootcampers nam bijvoorbeeld al met meer dan de helft toe. Vooral sporten die worden geassocieerd met het verbeteren van gezondheid en uiterlijk – denk ook aan yoga – trekken steeds meer mensen. Fitness is met drie miljoen deelnemers de grootste sport van het land.

Sommige traditionele sporten hebben het juist moeilijk. Tennisbond KNLTB verloor in tien jaar tijd maar liefst 160.000 leden en staat daarmee symbool voor de daling die bij alle racketsporten zichtbaar is. Sportbonden die nieuwe sportvormen durven te introduceren, zoals 3x3 basketbal, worden meestal beloond met een stijging van het aantal leden – vooral als die sport dan ook olympisch wordt.

In de sport als geheel gaat jaarlijks 5,7 miljard euro om. Dit geld komt uit subsidies van overheden en gemeenten, contributies en lidmaatschappen. Gemeenten vormen de basis onder de sport in Nederland: ze geven elk jaar 1,2 miljard euro uit aan onder meer veldjes, zalen en hallen. Sportaccommodaties worden door clubs vrijwel altijd tegen een niet-kostendekkend tarief gehuurd van gemeenten. Het gaat om veel geld: leden zijn gemiddeld 236 euro minder kwijt aan contributie omdat de gemeente geld bijlegt.

Maar gemeenten zijn minder gaan betalen. Sinds 2000 wordt 0,8 procent minder aan sport uitgegeven en vooral de openbare (gratis) sportfaciliteiten worden daardoor geraakt. Er gaat 450 miljoen euro (11 procent) minder naar de aanleg en het onderhoud van openbare trapveldjes, hardloop- en wandelpaden. En juist van die laatste faciliteiten maakt de groeiende groep sportende ouderen veel gebruik.

Themes
ICO