Netherlands

Debutant Sarah van der Maas (25): Ik speel graag met taal

Noord-Frankrijk, 1918, het einde van de Eerste Wereldoorlog. Tussen het puin en de verwoestingen van maandenlange gevechten speelt de eerste roman van Sarah van der Maas (25) uit Middelburg zich af. Het idee voor het boek had ze al op haar vijftiende.

In de zomer van 2010 gaat Sarah van der Maas samen met haar vader –geschiedenisleraar– en haar broertje naar Ieper in België. De stad speelt een belangrijke rol bij herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog en in de omgeving zijn veel loopgraven en begraafplaatsen uit die tijd te vinden. Tijdens een bezoek aan een museum krijgt Van der Maas ineens een idee voor een verhaal. Over een jongetje dat zijn ouders verliest in de oorlog, een verwoeste kerk gebruikt als woonplaats en dagelijks de slagvelden afstroopt, op zoek naar waardevolle spullen.

Het idee blijft hangen, maar ze besluit het te parkeren voor later. „Ik dacht: als ik dit verhaal ga schrijven, wil ik volwassen zijn.”

Vijf jaar later, het is inmiddels 2015, wint ze een verhalenwedstrijd van het Reformatorisch Dagblad met een verhaal over een Joodse man die na de Tweede Wereldoorlog terugkeert naar zijn oude woonplaats. Van der Maas, die naar eigen zeggen al schrijft sinds ze kan krabbelen, doet dan al jarenlang mee aan schrijfwedstrijden. De eerste prijs van het RD betekent dat ze begeleiding krijgt van uitgeverij Mozaïek bij het schrijven van een roman. Het idee van het jongetje komt weer terug en ze werkt het verhaal verder uit. Wat als Gabriel (zo heet hij inmiddels) op het slagveld een gewonde Engelse soldaat vindt en hij die ontdekking moet verzwijgen voor de Duitse majoor die hem onder zijn hoede heeft genomen? Enthousiast: „Ongeveer een week na de verhalenwedstrijd had ik het idee al opgestuurd naar de uitgeverij.”

Nu is het zover: het boek ”Nooit meer wachten” ligt in de winkel. Ze noemt het „even wennen” om het verhaal los te laten, maar ze is ook heel benieuwd wat mensen ervan gaan vinden.

”Nooit meer wachten” speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. Eerder schreef u ook al een verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Waar komt de belangstelling voor het thema vandaan?

„Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in geschiedenis, ben het zelfs gaan studeren. Het mooie aan geschiedenis vind ik dat alles draait om het vertellen van verhalen. De periode van 1870 tot 1950 vind ik zelf het meest interessant. Er zijn foto’s, je kunt beelden uit die tijd voor je zien en de verhalen gaan leven. Zeker tijdens de twee wereldoorlogen gebeurde er zoveel: alles stond op zijn kop, niets was meer normaal. Voor mij als schrijver is dat boeiend.

Neem de Eerste Wereldoorlog. Veel soldaten waren gewone jongens en zij moesten ineens gaan vechten aan het front. Als je brieven leest van soldaten die naar huis schreven, word je geraakt door het enorme verschil tussen de oorlog en thuis. Zeker in die tijd was er nog helemaal geen aandacht voor de psychologische gevolgen van oorlogsvoering. Hoe moet je van iemand verwachten dat hij zijn gewone leven weer oppakt, na al die verwoestingen? In mijn boek besteed ik daar aandacht aan.

Ik weet dat er over de oorlog al veel is geschreven. Daarom heb ik gezocht naar een bijzondere invalshoek, en geprobeerd clichés te voorkomen. Zeker bij de Eerste Wereldoorlog denken mensen vaak aan klaprozen, loopgraven en verpleegsters. Die thema’s zitten er dus niet in.”

Niemand hoeft hem te vertellen dat het zinloos is nog langer van de nacht te dromen. Als de oorlog je eenmaal in zijn klauwen heeft, zijn er maar drie manieren om eruit te komen: als held, als lafaard of als lijk – zonder benen, en licht als een kind.

Het verhaal draait om drie personages: een jongetje van 9, een Engelse soldaat die wordt gevonden op het slagveld en een Duitse majoor. Ze vertellen afwisselend hun verhaal. Heeft u bewust voor deze vorm gekozen?

„Zeker. Ik vond het belangrijk om het verhaal vanuit verschillende perspectieven te vertellen, zodat iedereen zijn verhaal kon doen. Dat voelde goed. Sterker nog: eerst waren er vier hoofdpersonages, maar dat vond de uitgeverij te veel. Dus ik moest schrappen. Best triest, omdat het personage helemaal was geschreven. Maar ik heb haar nog in een laatje, dus wie weet maak ik er later nog een apart verhaal over.”

Heeft u veel research gedaan voor het boek?

„Ik begin altijd vol goede moed met lezen en foto’s kijken. Dan krijg ik een beeld erbij en neemt mijn fantasie het al snel over. Zo zag ik voor dit verhaal foto’s van een kerk met een beeld van de maagd Maria op de toren. Dat beeld was van betekenis voor zowel de Duitse als de Engelse soldaten; ze gebruikten het als herkenningspunt. Zo’n feitje vind ik mooi om te gebruiken, daar borduur ik verder op voort.

Ik schrijf sowieso vrij intuïtief, ik ga weer verder op wat ik al heb geschreven. Sommige schrijvers maken hele plannen en plakken muren vol met memoblaadjes. Dat werkt niet bij mij. Ik doe het wel, ik heb hele documenten met schema’s, maar uiteindelijk zijn die meer bedoeld om me terug in het verhaal te trekken dan dat ik het als planning gebruik. Het schrijven gaat redelijk vanzelf.”

Een ogenblik staart hij voor zich uit, zijn handen gevouwen onder zijn kin. Soms zit hij uren zo. Het helpt hem de wereld te reduceren tot de grootte van een schaakbord, waarop hij zijn gedachten verplaatst alsof het troepen zijn en hij ze naar believen aan gort kan laten schieten door de vijand.

Wat opvalt: u gebruikt vaak beeldende beschrijvingen, ook in de stukjes die u voor RDMagazine schrijft. Hoe komt u op de ideeën daarvoor?

„Ik houd ervan om met taal te spelen, daar kan ik van genieten. Heerlijk als er ineens een beeld in mijn hoofd opkomt dat ik kan gebruiken voor een verhaal. Verder is het vaak een kwestie van veel lezen en goed om je heen kijken. Voor de rubriek in RDMagazine ga ik soms gewoon met mijn camera de stad in en zet ik alles op de foto wat me opvalt. Brievenbussen bijvoorbeeld. Het verhaal erbij komt dan automatisch.”

Heeft u valkuilen?

Meteen: „Ja, mooi en ingewikkeld schrijven. Neem die rubriek. Er zijn mensen die het heel leuk vinden, die het lezen vanwege de taalvondsten. Maar er zijn ook lezers die er niet van zijn gediend. Die zeggen: leuk hoor, maar ik snap er niks van. Veel te ingewikkeld. In mijn boek speelt het probleem wat minder, omdat de vorm heel anders is. Alsnog moet ik ervoor oppassen niet te ‘mooi’ te schrijven, hoe raar dat ook klinkt. Het liefst maak ik van elke zin een pareltje met een mooie metafoor erin. Maar het wordt vermoeiend voor de lezer als je dat elke zin achter elkaar doet.”

Dit is uw eerste boek. Wat wilt u dat mensen meenemen als ze het verhaal uit hebben?

„Mijn ultieme schrijversdroom is dat mensen mijn boek dichtslaan en denken: ik wil weer opnieuw beginnen. Ik heb dat zelf met sommige boeken en ik zou het mooi vinden als het bij mijn boek ook gebeurt. Daarnaast hoop ik dat ik mensen een beetje aan het denken kan zetten. Tijdens het schrijven heb ik nagedacht over het vluchten in je fantasie als manier om de wereld onder ogen te zien. Hoe ver mag je daarin gaan? Een van de personages durft de waarheid niet te erkennen en verstopt zich in zijn eigen emotionele wereld. Dat is begrijpelijk en het is goed om een toevluchtsoord te hebben, maar uiteindelijk moet je de waarheid onder ogen durven te zien. Pijn hoort bij het leven en je moet erdoorheen. Alleen zo kun je die op een goede manier verwerken.”

Ze zouden niets zeggen, wat konden ze zeggen, maar de jongen zou een arm om hem heen slaan en het verdriet zou hen maar aan één kant kunnen raken: daar waar ze elkaar niet vasthielden.

Heeft u plannen voor een tweede boek?

„Ik ben al aan het nadenken. Waarschijnlijk ga ik toch iets schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt me mooi om de val van het Duitse Rijk te beschrijven, gezien door de ogen van een echte nazi. Niet eentje die stiekem toch goed blijkt te zijn, of een die halverwege de oorlog tot andere inzichten komt, maar iemand die tot op het laatst aan zijn ideeën vasthoudt. Volgens mij is daar nog niet veel over geschreven.”

Sarah van der Maas

Sarah van der Maas (1995) studeerde geschiedenis in Leiden en Groningen, woont in Middelburg en is freelancetekstschrijver. Ze schrijft haar hele leven al en won verschillende verhalenwedstrijden, waaronder een van uitgeverij Mozaïek en van een Vlaamse krant. Van der Maas schrijft en fotografeert regelmatig voor RDMagazine. ”Nooit meer wachten” is haar eerste roman.

Haar schrijversvoorbeelden zijn C. S. Lewis en B. Nijenhuis. „Ik ben fan van symboliek. De kronieken van Narnia van Lewis kan ik elk jaar weer herlezen, ik blijf er nieuwe dingen in ontdekken. En ik zou zo willen schrijven als Nijenhuis. Hij kan op een mooie, licht onderkoelde manier emoties bij de lezer opwekken. En er zit humor in zijn verhalen. Als ik tijdens het schrijven een van zijn boeken las, ging ik weer met nieuwe motivatie aan de slag.”

Boekgegevens

Nooit meer wachten, Sarah van der Maas; uitg. Mozaïek; 352 blz.; € 21,99

Football news:

Messi is de Harry Potter van voetbal. Als hij klaar is, zal ik de Italiaanse ex-aanvaller Christian Vieri uit zijn bewondering voor de prestaties van Barcelona forward Lionel Messi na de League wedstrijd
Barcelona Versus Juventus: we zijn blij dat u in staat was om te zien 🐐 op uw veld
Rennes coach op een punt in 2 wedstrijden Champions League: Dit is ons debuut, we leren
Simone Inzaghi: een gelijkspel met Brugge kan een grote invloed hebben op de positie in de groep
Lopetegui op de overwinning over Rennes: Sevilla speelde bijna perfect
Danilo about 0:2 met Barca: Juventus speelde georganiseerd, maar niet agressief genoeg
Tuchel over neymar ' s adductor spierblessure: ik hoop dat het niet ernstig is