Netherlands

Italianen vatten quarantaine lichtjes op

De Italiaanse ‘coronagemeente’ Codogno zou hermetisch afgesloten moeten zijn, maar dat is niet het geval.

Drie militairen staan midden op de weg. Ze dragen een wit mondkapje. Als er een auto aankomt, zwaait een van hen met korte rukken aan een stopbord. De auto mindert vaart. De militair maant de bestuurder het raampje te openen.

Het is een van de 42 controleposten die de Italiaanse autoriteiten hebben ingericht rond Codogno, een gemeente van 15.000 inwoners, 50 kilometer ten zuiden van Milaan. Codogno werd afgelopen weekend plotseling het ‘Wuhan’ van Europa, nadat bleek dat hier het coronavirus was uitgebroken. Inmiddels zijn in Codogno en 9 omringende gemeenten 305 mensen positief op het virus getest. Negen mensen zijn eraan overleden – in de rest van Italië lieten nog drie mensen het leven. De uitbraak van het virus leidde ertoe dat de regering zondag het gehele gebied, met in totaal ongeveer 50.000 inwoners, in quarantaine heeft gesteld.

Beroemd

Francesco Passeri is de burgemeester van de gemeente waarvan de naam plotseling op ieders lippen ligt. „Ik had liever gehad dat Codogno om andere redenen beroemd zou zijn geworden.” Volgens de 35-jarige burgemeester nemen de inwoners de gebeurtenissen goed op. „We maken er het beste van. De inwoners helpen elkaar. Wel jeuken onze handen, want we zijn een volkje dat de mouwen opstroopt”, zegt hij door de telefoon. „Nee, ik kan u helaas niet ontmoeten. Ook de burgemeester is aan de quarantaine gehouden.”

De quarantaine lijkt niet heel streng te zijn. Weliswaar zijn de politie en het leger op de been, maar met de hermetische afsluiting van de toegangswegen valt het wel mee. „Mijn zoon heeft me net deze zak met kippenvoer overhandigd”, zegt Sergio terwijl hij een baal van 20 kilo op zijn fiets probeert te laden. De overdracht heeft zojuist achter de ruggen van de militairen, op een vrijwel lege rotonde, plaatsgevonden. Daar mogen mensen van buiten de rode zone na een korte check van de politie goederen geven aan mensen in het quarantainegebied. Sergio, gebouwenbeheerder van beroep, werkt nu thuis. „Maar als er documenten zijn te tekenen, komen ze hierheen en zet ik handtekeningen.”

Even later komt Anna in een rode auto aangereden. Ze laat aan de militairen een toegangsbewijs zien. „Ik woon iets verderop. Ik mocht eruit voor een medische afspraak.” Samuele Bellani heeft zijn auto in de berm gezet en overhandigt een plastic zak aan zijn oom. „Mijn oom en tante wonen net in het rode gebied. Je kunt hun woning vanaf hier zien.” Samuele geeft ook hete thee aan de militairen. Ze bedanken hem hoffelijk.

Economische schade

Bij de rotonde kuiert een man in trainingspak. „Ik heb niets te doen. Mijn restaurant in Codogno is gesloten”, zegt de man, die Angelo heet. De economische schade is groot. „Ik moet mijn vijftien werknemers doorbetalen, maar er is geen werk. Het voedsel kan ik weggooien. Ik hoop maar dat de regering over de brug komt.” Angelo beschrijft het leven in zijn stad. „De straten zijn leeg. Alleen de bakker en de supermarkt zijn open. Daar staan rijen voor de deur. Er is niets te doen. We vervelen ons.”