logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

Joyce, Gaby en Janneke verloren hun vriendin aan borstkanker

1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker. Margriet, de vriendin van Joyce (40), Gaby (44) en Janneke (41) was een van hen. Vorig jaar oktober overleed ze, net veertig jaar oud. “Het enige wat je kunt doen als je hoort dat je vriendin ziek is: er zo veel mogelijk voor haar zijn.”

Bijna vijf jaar geleden ontdekt Margriet een knobbeltje in haar borst tijdens de zwangerschap van haar tweede kind. Samen met haar man Ralf heeft ze dan al een dochter, Malu van vier jaar. De artsen maken zich vooralsnog geen zorgen, het kan immers van alles zijn. Ze besluiten verder onderzoek uit te stellen tot na de bevalling. Margriet bevalt van Florian en zit op een blauwe wolk. Toch hangt tijdens de kraamperiode dat knobbeltje als een zwaard van Damocles boven haar hoofd. Wat als het toch niet goed is? Vlak voordat haar verlof erop zit, gaat ze naar het ziekenhuis. Daar hoort ze na wat onderzoek dat ze borstkanker heeft, met uitzaaiingen naar de lymfeklieren. Dit nieuws slaat in als een bom, ook bij haar vriendinnen. Zij proberen haar te steunen.

Joyce: “Ik kende Margriet al twintig jaar, we hockeyden samen. Ze was mijn beste maatje. Ik weet nog dat ze me belde en vertelde wat er aan de hand was. Op dat moment woonde ik net met mijn man in Kopenhagen, Denemarken. Ik wilde er graag fysiek voor haar zijn, maar die afstand was heel lastig. ‘Je bent er toch al voor me?’ zei Margriet dan. ‘We kunnen bellen, appen, facetimen.’ Maar dat voelde toch niet hetzelfde.

Wat het extra gecompliceerd maakte, was dat ik net zwanger was en die zwangerschap verliep niet zonder problemen. Eigenlijk hadden we het met z’n tweeën onbezorgd over baby’s moeten hebben. In plaats daarvan gingen onze gesprekken over: wat is het behandelplan, hoe voel je je en hoe sta je erin?”

Zo was ze

Joyce: “Al bleef Margriet evengoed bezig met de levens van anderen. Ja, zelfs toen ze doodziek was van de chemo, wilde ze alles weten over mijn zwangerschap. Als ze merkte dat ik dingen achterhield, omdat ik vond dat ik niet moest zeuren – zij had het immers veel zwaarder – kon ze heel boos worden. ‘Houd me niet voor de gek’, zei ze dan. ‘Ik wil ook weten hoe het met jullie is.’”

Gaby: “Hoe ziek ze ook was, ze had altijd oog voor haar vriendinnen. Ze stuurde al een ‘Ik denk aan je’-appje naar een vriendin met een gebroken teen. Zo was Margriet. Onze verhalen zorgden waarschijnlijk ook voor de nodige afleiding. Ik ken Margriet van het werk, ze was een collega en werd later een vriendin. Ze was echt een type van: door, door, door. Ze wilde anderen niet teleurstellen, cijferde zichzelf weg. Doe eens rustig aan, dacht ik dan, denk aan jezelf. Helemaal toen ze ziek werd. Want ze had een lange behandelweg te gaan. Ze onderging zes chemokuren om de tumoren kleiner te maken. Vervolgens een operatie waarbij haar borst werd geamputeerd, bestralingen en daarna moest ze aan de hormoontherapie. Al met al was ze wel anderhalf tot twee jaar bezig.”

Waardevol en heftig

Janneke: “Ik had geen idee wat het precies betekende toen ik hoorde dat Margriet ziek was. Van tevoren kun je niet inschatten wat er komen gaat en wat jouw rol daarin gaat zijn. Of welke impact het heeft op je vriendschap. Net als Joyce kende ik Margriet al twintig jaar. Ik zat ook in dat hockeyteam. Margriet en ik deelden lange tijd het aanvoerderschap en organiseerden vaak de uitjes. We waren een prima duo: ik was er voor de grote lijnen, Margriet voor de details.

Inmiddels weet ik dat zo veel mogelijk er voor haar zijn het enige is wat je kunt doen als je hoort dat je vriendin ziek is. Dat is ook wat ik probeerde. Ik ging mee naar het ziekenhuis voor een doktersafspraak of chemokuur. Ook haar andere vriendinnen hebben dat gedaan. Ik was erbij toen ze haar haar afschoor en een pruik kocht. Ze liet ons toe, betrok ons erbij. Achteraf heel waardevol en bijzonder. En soms ook heftig, vooral als je zag dat ze het moeilijk had. Daartegenover staat dat ze ons ook allemaal uitnodigde als er iets positief te vieren viel. Toen alle behandelingen achter de rug waren bijvoorbeeld, heeft ze een vier-het-leven-feestje gehouden. Omdat ze wist: niks is meer vanzelfsprekend.”

Lees ook: Anneke: ‘Nooit gedacht dat ik na de borstkanker nog moeder zou worden’

Vierenhalf jaar goed

Na anderhalf jaar behandelen is Margriet schoon en gaat de vlag voorzichtig uit. De hormoonpillen die ze dan nog uit
voorzorg moet slikken, vallen haar zwaar. Het liefst wil ze dat alles zo snel mogelijk weer wordt zoals het was. Een utopie, en daar heeft ze het af en toe moeilijk mee. Fysiek wordt ze nooit helemaal de oude. Toch blijft ze positief. Zodra ze wat meer energie heeft, geniet ze volop van mooie momenten met haar man en kinderen, en van de gezelligheid met vriendinnen. Vierenhalf jaar gaat het goed. Tot vorig jaar augustus. Margriet heeft dan al een tijdje weinig energie en valt af. Tijdens de laatste gezinsvakantie ligt ze bijna continu op bed. Gaby: “Daar voelde ze zich heel schuldig over. Terwijl ik nu denk: het was een teken dat er iets ergers aan de hand was.”

Joyce: “Ze ging na die vakantie naar het ziekenhuis en daar constateerden ze opnieuw kanker. Deze keer ging het om uitgezaaide kanker, met name in de lever. Vreselijk. Ik heb de eerste de beste vlucht naar Nederland genomen om bij haar te zijn.”

Samen huilen

Janneke: “Iedereen was zo verdrietig. Margriet was vol strijdlust, ze wilde er ook nu weer helemaal voor gaan, alles op alles zetten om beter te worden. Het moet voor haar een ongelofelijke klap zijn geweest toen ze een dag na de diagnose in het ziekenhuis kwam en de artsen tegen haar zeiden dat er geen behandelplan meer was en ze haar terminaal verklaarden. Ze was opgegeven. Niet te bevatten. Ik werd meteen heel praktisch, dacht: hoe kunnen we haar en haar gezin zo veel mogelijk ontlasten, zodat ze zich niet druk hoeven maken over banale dingen als eten koken? Toen hebben we met zeven vriendinnen een kookrooster gemaakt.”

Gaby: “Ik was op huwelijksreis toen Margriet dit nieuws te horen kreeg. Ze wilde het mij eerst niet vertellen, wilde mijn vakantie niet bederven. Uiteindelijk belde ze toch. Tja, wat zeg je dan? Ik had geen woorden. We hebben vooral samen gehuild. Ik ben schrijfster en was al langer van plan een boek te schrijven over borstkanker. Ik vroeg haar of ik een boek over haar mocht schrijven. Ik wilde haar verhaal delen. Dat vond ze fantastisch. Het boek is er gekomen: deels fictie, deels waar­gebeurd. Helaas heeft Margriet zelf het boek nooit kunnen lezen.”

Afscheid nemen

Joyce: “Niet lang nadat ze voor de tweede keer te horen kreeg dat ze kanker had, is ze overleden. Ik ben die laatste ander­halve maand twee tot drie dagen per week bij haar geweest en vloog toen terug naar Denemarken. Het was zo verdrietig allemaal. Margriet kreeg nauwelijks de tijd om het te verwerken en afscheid te nemen van haar gezin, van ons. Dat had ik haar graag anders gegund.”

Janneke: “Niet alle vriendinnen konden toen ze zo ziek was bij haar zijn, maar via onze appgroep hielden Joyce en ik de anderen op de hoogte. Een heel intensief contact was dat. Daar heb ik zelf veel steun aan gehad. Het mooie was dat alle vriendinnen hun rol pakten na haar overlijden. De een kocht met de kinderen kleding voor de begrafenis, de ander maakte de rouwkaart of schreef een speech.”

Lees ook: Zo herken je borstkanker: ‘Alleen voelen is niet genoeg’

De echte klap

Een jaar na haar dood verschijnt Gaby’s boek Hou me vast zoals ik was. Haar eer­betoon aan Margriet, zonder wie het leven een stuk minder leuk is, ondervinden haar vriendinnen.

Joyce: “Na haar begrafenis zat ik weer in Kopenhagen, waar mijn leven eigenlijk gewoon doorging. Margriet maakte geen onderdeel uit van het dagelijkse leven daar, dus voelde ik het gemis ogenschijnlijk minder. Natuurlijk had ik verdriet en was het stil zonder haar appjes en telefoontjes. Maar pas toen ik terugverhuisde naar Nederland kwam de echte klap. Ineens werd merkbaar dat mijn beste vriendin er niet meer is. Haar zoontje zwemt nu met mijn zoontje, hoe leuk was het geweest als we daar samen naar hadden kunnen kijken? Ik mis haar.”

Janneke: “Dat gevoel ken ik. Het is heel gek dat ze er niet meer is. Elke keer als we met onze vriendinnengroep bij elkaar zijn, hebben we het over Margriet. Natuurlijk huilen we dan met z’n allen, dat hoort erbij. We hebben als aandenken allemaal een blauw armbandje laten maken met twee bedeltjes: een M en een vleugel. Haar dochtertje heeft er ook een gekregen van ons. Laatst waren we met een paar van ons bij haar graf en toen zat daar een blauwe vlinder. Blauw was haar lievelingskleur, dus ik wil geloven dat zij daar ook was.”

Even buurten?

Joyce: “Ik ook. Als ik op de radio een liedje hoor dat tijdens haar begrafenis werd gedraaid of waarop we samen vroeger dansten, zeg ik altijd: ‘Kom je even buurten? Gezellig.’ Af en toe kijk ik nog naar een filmpje van haar tijdens onze laatste wintersport samen met de meiden. Ze had zo’n mooie lach. Als ik die hoor, word ik vanzelf weer blij. Dat het boek er nu is, is ook fijn. Het brengt herinneringen naar boven, waarover we dan weer samen kunnen praten.”

Gaby: “Het boek schrijven was voor mij echt rouwverwerking. Ik heb het dan wel niet meer samen kunnen doen met Margriet, haar andere vriendinnen hebben me er wel bij geholpen. Vooral Joyce. Zij staat in mijn telefoon als ‘Joyce van Margriet’, maar intussen is ze ook een beetje míjn vriendin geworden. Als ik het moeilijk heb, Margriet mis, dan app ik Joyce. Stuurde ik vroeger Margriet hartjes, die stuur ik nu aan haar.”

Janneke: “Ik weet zeker dat ze dat heel mooi had gevonden.”

Joyce: “Zeker. Margriet was echt een verbinder. Iedereen om haar heen moest het fijn hebben. Sinds haar dood vier ik
het leven. Ik denk dat we dat alle drie wel doen. Vier het leven, pluk de dag en tel je zegeningen. Ik weet, het zijn clichés, maar het is wel hoe ik erin sta.”

Tekst: Jolanda Hofland. Foto’s: Ruud Hoornstra. Visagie: Lisette Verhoofstad.
Themes
ICO