Het Constitutioneel Hof (CHof) heeft vandaag geoordeeld dat de wet van 19 augustus 1992, ook wel de Amnestiewet 1989, in strijd is met de grondwet en mensenrechtenverdragen. Suriname is gebonden aan internationale verdragen die geratificeerd zijn.

Het oordeel is vandaag in een openbare zitting van het CHof voorgehouden door voorzitter Gloria Stirling. Naar oordeel van het CHof is de Amnestiewet in strijd met de artikelen 8, 10, 14 en 131 lid 3 van de grondwet van Suriname.

Verder is deze wet ook in strijd met de artikelen 2 en 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en de artikelen 1, 8 en 25 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM).

Het CHof is breedvoerig ingegaan op het verzoek van advocaat Shanti Sheombar en heeft gebruik gemaakt van zowel nationale als internationale wetgeving.

Stirling merkte op dat de verlening van amnestie de mensenrechtenschendingen eventueel stopt voor de schuldigen, maar dat dit hierdoor in de toekomst juist een aanmoediging voor anderen zou kunnen zijn voor herhaling van deze schendingen.