Bedrijven die minder dan 500 euro te veel loonsteun (NOW) hebben ontvangen in het voorjaar, hoeven dit niet terug te betalen. Dat heeft minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees maandag geschreven in een brief aan de Tweede Kamer. Daar staat ook in dat werkgevers vijf maanden langer moeten wachten op een deel van de loonsteun die ze over de zomermaanden hebben aangevraagd.

Beide beslissingen zijn het gevolg van de extreme drukte bij uitkeringsinstantie UWV, die belast is met de afhandeling van de NOW-regeling. Zo hebben in de eerste periode dat deze vorm van coronasteun van kracht was (maart tot en met mei) bijna 140.000 bedrijven een beroep gedaan op deze regeling.

Deze bedrijven hebben in het voorjaar al een voorschot gekregen, op basis van het omzetverlies dat de bedrijven dachten te lijden. Nu moet het UWV bepalen of ze nog meer geld krijgen, of dat ze wellicht een deel moeten terugbetalen. Dit is afhankelijk van het daadwerkelijke omzetverlies.

Als bijvoorbeeld het omzetverlies veel lager is dan de werkgever aanvankelijk had verwacht, kan het zijn dat een deel van het al ontvangen bedrag moet worden terugbetaald. Nu is dus duidelijk geworden dat, als het terug te betalen bedrag lager is dan 500 euro, terugbetaling achterwege kan blijven. Het gaat hier alleen om de eerste periode van de NOW-regeling. Of deze coulance ook geldt voor de loonsteun over de periode vanaf juni, is nog niet duidelijk.

"Het algemeen belang afwegende tegen de hoeveelheid werk die het invorderen met zich meebrengt, is besloten tot de genoemde ondergrens van 500 euro", schrijft Koolmees. De betreffende bedrijven krijgen wel een melding dat ze te veel loonsteun hebben ontvangen, maar hoeven niets terug te betalen.

Werkgevers kunnen sinds 7 oktober hun werkelijke omzetverlies over de periode maart tot en met mei doorgeven aan het UWV. Tot afgelopen vrijdag hadden ongeveer 7.500 van de 140.000 bedrijven dit gedaan.

Eindafrekening tweede NOW-periode vijf maanden later

Over de tweede NOW-periode, die liep van juni tot en met september, moeten bedrijven ook hun werkelijke omzetverlies aan het UWV doorgeven. Aanvankelijk zouden bedrijven dit kunnen doen vanaf 15 november 2020. Dit is door de grote drukte uitgesteld naar 15 april 2021.

Dit betekent dat werkgevers vijf maanden langer moeten wachten op een deel van de aangevraagde loonsteun. Als bedrijven loonsteun aanvragen, krijgen ze namelijk een voorschot van 80 procent. Pas bij de eindafrekening wordt bepaald of ze het aanvullende bedrag krijgen, al dan niet gedeeltelijk, of juist geld moeten terugbetalen.