logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

Column: Programmeurs aan de macht

Het is 2007. Facebook is op zoek naar een manier om mensen makkelijker te laten reageren op berichtjes. Veel mensen nemen niet de tijd om iets te schrijven. Dat moet makkelijker kunnen, denkt een aantal programmeurs. Ze zoeken naar een manier om met één klik een reactie te kunnen geven. Ze komen met de „awesome” (geweldige) knop. Een knop die niet alleen leuk is voor de gebruikers, maar ook geweldig is voor Facebook zelf. Als mensen op die knop klikken, weet Facebook immers ook direct wat de gebruikers leuk vinden. Zo kunnen ze interessante berichten en reclames nog beter afstemmen op de gebruiker.

Het werkte, zoals Clive Thompson in zijn boek ”Coders” vertelt. De uiteindelijke ”like”-knop werd het populairste onderdeel van Facebook. Maar de programmeurs schrokken ervan hoe verslavend dit bleek te zijn. Mensen gingen berichten plaatsen om zoveel mogelijk likes te krijgen. Een van de programmeurs, Justin Rosenstein, inmiddels weg bij Facebook, beschreef het als een verslaving waar hij zelf ook aan leed. Sommige mensen raken hun telefoon wel 2617 keer per dag aan – dat is toch moeilijk normaal te noemen. Leah Pearlman, ook uit het team dat de like-knop bedacht, installeerde daarom software op haar telefoon die de hele ”newsfeed” van Facebook onderdrukt. Rosenstein verwijderde zelfs zijn sociale-media-apps.

Deze programmeurs zien dat door hun software een wereld ontstaat die niet socialer, maar juist extremer en antisocialer wordt. Hoe komt dat en wat zit erachter?

In ”Coders” geeft de journalist en schrijver Clive Thompson inzicht in de wereld van de programmeurs. Hij begint bij de eerste computers, in de jaren 1950, die een hele hal nodig hadden en waarbij vrouwen een belangrijke rol kregen in het programmeren. Dat was eigenlijk een soort secretaresse-achtige taak, want mannen deden de hardware. Bovendien zouden vrouwen zelfs zonder opleiding wel voor die taak geschikt zijn, want ze konden ook goed breien, zo was de gedachte.

Decennia later zijn programmeurs heel anders. Veel van de hedendaagse bekende Amerikaanse techbedrijven draaien op een bepaald soort programmeurs: witte mannen, afgestudeerd aan topuniversiteiten, zoals Stanford. Het aantal vrouwen is nu lager dan in de beginjaren.

Volgens Thompson is dit een probleem. De (jonge)mannen zijn heel slim, maar in een beperkte zin. Ze weten veel van programmeren, maar missen een bredere en realistische blik op de wereld en op sociale relaties. In een bepaalde zin zijn ze naïef. Programmeurs van bijvoorbeeld Facebook of Twitter zeggen dat ze „gewoon” een communicatiemedium gemaakt hebben en daarmee het vrije woord dienen. Neutrale infrastructuur. Ze beseffen niet dat juist deze techniek sociale mechanismen versterkt en daarmee ook mogelijkheden biedt voor misbruik en manipulatie van informatie op een ongekende schaal. Facebook ligt onder vuur omdat heel veel informatie werd verzameld om mensen te beïnvloeden. Bijvoorbeeld met nepnieuwscampagnes; alleen al rond het brexitreferendum werden 1,5 miljard boodschappen verstuurd door brexitbots.

Twitter worstelt ermee dat het vaak een riool is waarin iedereen ongeremd zijn smerige opmerkingen tegen iemand kan roepen. Google krijgt regelmatig kritiek vanwege de automatische suggesties en classificaties die het geeft. Bij het sorteren werd bij foto’s van zwarte mensen bijvoorbeeld de classificatie ”gorilla” gegeven.

Het is een teken aan de wand dat er regelmatig programmeurs van grote techbedrijven in de media komen die zeggen dat ze geen andere keus hadden dan weg te gaan. Vrouwen, maar ook mannen, die geen gehoor vinden voor hun twijfels en kritiek. Juist in dit soort bedrijven, met hun ongekende wereldwijde invloed, is diversiteit en interne kritiek belangrijk. Mark Zuckerbergs uitspraak ”Move fast and break things” (Handel snel en maak brokken) is misschien goed om iets van de grond te krijgen, maar nu is het tijd dat programmeurs en bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen.

De auteur is consultant bij Lentera Papua in Indonesië en universitair hoofddocent ondernemerschap en organisatie aan de VU in Amsterdam.

All rights and copyright belongs to author:
Themes
ICO