De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft twee bedrijven op de vingers getikt omdat ze de temperatuur van werknemers wilden meten. Volgens de waakhond overtraden de twee bedrijven, waaronder een multinational, hiermee de privacywetgeving, meldt de AP donderdag.

De AP zegt dat er al snel na het begin van de coronacrisis vragen en klachten binnenkwamen over werkgevers die de temperatuur van hun werknemers wilden meten. Daarom besloot de waakhond een onderzoek te starten.

Vicevoorzitter van de AP Monique Verdier vertelt dat een lichaamstemperatuur in sommige gevallen een persoonsgegeven en een gezondheidsgegeven is. Er gelden speciale regels om die gegevens te mogen verwerken. Meestal is het verboden, maar als iemand nadrukkelijk toestemming geeft om de gegevens te verwerken, mag het wel.

Een van de twee bedrijven vroeg inderdaad om toestemming, maar dat betekent niet dat het bedrijf de gegevens mocht verwerken. "Mensen moeten in vrijheid toestemming kunnen geven", zegt Verdier. "Maar werknemers zullen zich vaak onder druk gezet voelen om toestemming te geven aan hun werkgever. Bovendien mag toestemming weigeren geen nadelige gevolgen hebben. Bij dit bedrijf mochten medewerkers die weigerden niet naar binnen. Daardoor is de temperatuurmeting op deze manier dus niet toegestaan."

De AP heeft de organisaties aangespoord om de zaken te verbeteren en zal binnenkort nog een kijkje nemen om te kijken of ze inmiddels beter met de zaak omgaan.