logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

Een ggz-patiënt moet na een psychose ook weer naar huis

De grote overwinningen in de geestelijke gezondheidszorg zijn vaak zo alledaags dat ze voor de rest van de wereld onopgemerkt blijven. Een cliënt met pleinvrees die plots toch zelf naar de Albert Heijn durft te lopen om een broodje te kopen.

Een cliënt die drie dagen per week bij de sociale werkplaats aan de slag kan.

Een cliënt die van de schuldsanering nog maar twintig euro per week mag uitgeven en dat het dan lukt om daarvan rond te komen.

Iemand die de drempel van de polikliniek over durft te stappen en om hulp vraagt.

Maar als ggz-medewerkers over hun werk horen of lezen, gaat het over incidenten, met een grote impact op de samenleving. Verwarde mensen die voor overlast zorgen en anderen bang maken. ‘Patiënten’ en ‘cliënten’ die ‘daders’ worden, in de berichtgeving geen achternaam meer hebben. Zoals Thijs H., die bekende dat hij afgelopen voorjaar drie mensen die hun hond uitlieten, heeft doodgestoken. Of Ergün S., die ervan wordt verdacht dit najaar twee schoonmakers te hebben vermoord in een Groningse bioscoop – in de rechtbank zei hij zich niets meer te herinneren.

Na zulke gebeurtenissen wordt naar de ggz gewezen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Waarom hebben hulpverleners niet op tijd ingegrepen?

Als slotstuk van de serie over de problemen in de ggz sprak NRC met acht medewerkers. Zij werken door heel Nederland, in verschillende functies. Ze willen graag praten over „de andere kant” van zulk nieuws. Moet het verhaal niet zijn, vragen zij zich af, dat het ook vaak goed gaat?

Psychiater Jacco Tulp ziet dat in navolging van incidenten telkens weer dezelfde oplossingen worden geopperd. Minder vrijheden voor psychiatrisch patiënten, mensen opsluiten in klinieken. „Die oplossingen zijn altijd voor de korte termijn”, zegt Tulp. Als het gaat over waar mensen met verward gedrag moeten wonen, lijkt de perceptie van de zorgverleners anders dan die van veel anderen in de maatschappij.

De zorgverleners zien ook dat het vervelend is, beangstigend soms, om een buurman te hebben die in de war is. Iemand die de dagen en de nachten omdraait. Zijn huis niet opruimt. In de tuin staat te schreeuwen. Dat deze mensen vaak terechtkomen in goedkope huurhuizen, en omringd worden door mensen met wie het ook niet zo goed gaat.

Soms voelt het, zeggen zorgverleners, alsof alleen de ggz verantwoordelijk is voor verwarde mensen

Risico’s zijn er óók, die willen hulpverleners niet onderkennen. „Maar het is geen oplossing”, zegt Tulp, om mensen met een psychiatrische stoornis maar gewoon niet meer toe te laten tot de maatschappij. „Natuurlijk kun je iemand opnemen in een kliniek, als het echt niet meer gaat. Maar zo iemand moet wel ook weer terug naar huis.”

Thuis kunnen mensen een toekomst opbouwen. Daar zijn, als ze nog niet zijn weggevallen, mensen die om ze geven. Niet de andere mensen die in de war zijn, door wie ze worden omringd in de kliniek, van wie ze soms bang worden. Herstellen is ook: hoe je naar jezelf kijkt. Als een patiënt, of iemand die aan zijn toekomst werkt?

De zorgverleners zeggen dat psychische stoornissen de laatste tijd steeds vaker in één adem worden genoemd met verward en gevaarlijk gedrag. Stoornissen worden afgedaan als verklaringen voor gewelddadige incidenten. „Het stigma op psychische stoornissen is nog nooit zo groot geweest als nu”, zegt psychiater Niels Mulder fel. „De maatschappij wordt bang voor ziektes als psychose en schizofrenie. Zo respectloos, hoe daarover gesproken wordt. Terwijl de meeste patiënten helemaal geen problemen veroorzaken.”

In Nederland wonen 280.000 mensen met een ‘ernstige psychische aandoening’, schrijft het Trimbos-instituut. Zo’n duizend verwarde mensen zouden potentieel gewelddadig zijn.

Voor de psychiaters gaat hun werk dan ook vooral over mensen met wie het, soms voor even, niet zo goed gaat. Over verlies van overzicht op het leven. De verbinding met jezelf, en met anderen. Het gaat over ernstig lijden. Ze zeggen dat alle burgers in Nederland de kwetsbaarheid hebben om een psychische stoornis te ontwikkelen.

Maar het stigma kan wel gevolgen hebben, vrezen de zorgverleners. Het kan ervoor zorgen dat mensen geen hulp meer durven te zoeken. Mulder: „Terwijl we bijvoorbeeld van psychoses weten: hoe langer we wachten met behandelen, hoe lastiger het herstel.”

De maatschappelijke discussie over verwarde personen gaat eigenlijk niet over mensen met psychische problemen, zegt psychiater Ardan Miedema. „Maar over wie verantwoordelijk is voor mensen die overlast veroorzaken.”

Het gaat ook over mensen met dementie. En mensen die willens en wetens heel vervelende dingen doen. Soms gaat het over het mensen met een hersentumor. En meestal zijn het mensen die meerdere problemen tegelijkertijd hebben. Ze hebben schulden, een psychische stoornis, een verstandelijke beperking, verslaving, soms een uitzichtloos leven. De doelgroep, zeggen behandelaren, wordt ‘complexer’. Meer geagiteerd, dat ook. „Twintig jaar geleden zagen we vooral middelen waar mensen rustig van werden, zoals heroïne”, zegt Mulder. Nu gebruiken mensen vaker pepmiddelen: xtc, amfetaminen, speed.

Aan de andere kant zien zorgverleners dat de maatschappij steeds minder kan hebben. De tolerantie voor verward of ingewikkeld gedrag neemt af, zeggen zei. De omgeving vindt dat al snel dat er iets moet gebeuren. Dan hoor je, zegt Mulder: „Er zijn toch professionals, om problemen op te lossen?”

Bijna alle mensen worstelen wel eens met de vraag hoeveel ze van zichzelf mogen vragen. Wanneer is het goed genoeg, wanneer ben je succesvol? Maar voor sommigen gaat de wereld simpelweg te snel. Wat nu als het je nooit gaat lukken om een betaalde baan vol te houden? Anderen kunnen online niet meekomen. Wat als internetbankieren te moeilijk voor je is? Miedema: „We willen dat iedereen participeert in de maatschappij. Maar sommige mensen vinden het moeilijk. En dan zeggen we: die mogen niet meer meedoen.”

Soms voelt het, zeggen zorgverleners, alsof niet de samenleving, maar alleen de ggz verantwoordelijk is voor verwarde mensen.

Na een incident met een ggz-patiënt verdwijnt „alle ruimte voor nuance”, zeggen de zorgverleners. Mulder: „Zelfs de politiek zoekt naar schuldigen. Individuen die iets niet goed hebben gedaan.” Terwijl het meestal om een gang van zaken gaat, zegt hij, „die we nu eenmaal zo met elkaar afgesproken hebben”.

Door strenge privacyregels, zeggen de zorgverleners, kunnen ze zich lastig verdedigen als ze negatief in het nieuws zijn. „We hebben een black box gecreëerd”, zegt Mulder. „We moeten zoeken naar manieren waarop de ggz zich zou kunnen verantwoorden, mét waarborgen van privacy. We moeten kunnen uitleggen hoe we werken.”

Tot hoever reikt de verantwoordelijkheid van zorgverleners dan wel?

„Je bent verantwoordelijk voor goede zorg, naar de laatste kwaliteitsstandaarden”, zegt psychiater Remke van Staveren. „Uiteindelijk kun je als zorgverlener nooit volledig verantwoordelijk zijn voor het gedrag van een ander – zo lang de ander wilsbekwaam is. Sommige mensen doen nu eenmaal willens en wetens dingen die niet kunnen. Omdat ze woedend zijn over onrecht dat ze ervaren.”

We willen alle risico’s uitbannen, zeggen de psychiaters, en als er iets mis gaat, had dat ten koste van heel veel voorkomen moeten worden. We zijn een maatschappij geworden die niet meer met risico’s durft te leven.

De vraag wat er moet gebeuren met mensen die onvoorspelbaar zijn, onrustig, verward; daar worstelt Nederland altijd al mee. „Nederland is het land waar de meeste mensen op gesloten afdelingen verbleven. Waar ze zelfs in separeercellen terecht kwamen. Zo deden we dat, we isoleren mensen die verward zijn, letterlijk”, zegt Miedema. Alsof mensen met psychische aandoeningen niet over zichzelf kunnen beslissen. „Dat is niet waar. We moeten ons realiseren dat alle mensen dezelfde rechten hebben. We moeten de autonomie van een mens in tact laten. Mensen moeten over zichzelf kunnen beslissen – tot een rechter besluit dat het niet anders kan.”

Zo doen wij dat, mensen die verward zijn, isoleren we, letterlijk

Ardan Miedema afdelingsdirecteur GGZ Noord-Holland-Noord

De ingrijpende incidenten met ggz-patiënten lieten niet alleen hun sporen na in de samenleving, maar ook in de zorg. Het werk en de verantwoordelijkheid kende altijd al spanningsvelden. Van autonomie en verwaarlozing. Van risicomijdend en risicovol gedrag. Van afstand en nabijheid. „Elke zaak heeft zijn eigen complexiteit”, zegt Ardan Miedema. „Het is ook interessant om je daarin te verdiepen. Om mensen die op een dieptepunt van hun leven hulp zoeken bij te kunnen staan.” Verreweg de meeste mensen, zegt Miedema, „worden succesvol behandeld.”

Zorgverleners zien ook dat hun collega’s die „iets hebben meegemaakt” risico’s liever mijden. „Een belangrijk onderdeel van de behandeling is dat de patiënt en behandelaar samen gewogen beslissingen nemen”, zegt Miedema. „Als het gaat over medicatie afbouwen, bijvoorbeeld. Als je alleen maar risico’s wilt mijden, kun je niet de beste behandeling geven.” Cliënten vragen hem weleens: waarom vindt de behandelaar het zo spannend om de medicatie te verlagen? Een voorzichtige behandelaar, dat merken ze. „Dan heb ik het niet over een bange behandelaar.”

Problemen binnen de ggz, die zijn er óók. Patiënten met de meeste problemen, gebaat bij duidelijkheid, zien veel verschillende behandelaren. Dat komt door bezuinigingen en personeelstekort. Het zorgsysteem is ingewikkeld. De zorg is opgedeeld in zorgvuldig afgebakende ‘zorgpaden’, maar veel mensen hebben meerdere problemen naast elkaar. Als iemand zich aanmeldt met een depressie, maar ook een verstandelijke beperking heeft, op welk pad hoort zo iemand dan? Van Staveren: „Dan kom je op de wachtlijst: ‘het loketje zorgpad stemming en angst’. Ben je eenmaal aan de beurt, zeggen ze: ‘U moet toch naar het loketje verstandelijke beperking’.

Zo belanden mensen thuis die daar niet horen, omdat het niet veilig is. Zware gevallen komen terug bij de ambulante teams, die het door het personeelstekort vaak toch al nauwelijks kunnen bolwerken. Voor woonbegeleiding en dagbesteding hebben gemeenten vaak weinig geld, waardoor patiënten zich thuis soms alleen maar eenzamer voelen.

Het heeft geen zin, zegt Miedema, om de woorden van een hulpverlener tegenover die van een buurman met overlast te zetten. Of tegenover de woorden van een familie die geen psychiater zag langskomen, „waardoor het vervolgens wel heel erg fout ging”.

Maar ook hulpverleners kunnen de gevolgen van psychische stoornissen niet altijd tegenhouden. Zulke stoornissen kunnen opeens heel heftig worden. Ondanks dat een patiënt zijn medicijnen in heeft genomen. Zijn best heeft gedaan. De hulpverleners erbij waren. „Daar is de patiënt niet verantwoordelijk voor. De partner, kinderen en psychiater ook niet. Soms gebeurt zoiets. Dat als iedereen alles goed doet, het toch nog mis gaat. Dat is klote.”

Daarmee wil hij niet zeggen, „dat alle behandelingen altijd goed gaan. Dat elke hulpverlener er altijd op tijd bij is. Daarmee wil ik zeggen: we kunnen niet alles voorkomen.”

Themes
ICO