Netherlands
This article was added by the user Anna. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Interview met Het Virus (12)

‘Alles goed?” Ik herkende zijn stem meteen. Hard, koel, een pesterige ondertoon. Nog maar enkele weken geleden wilde hij me niet te woord staan, wat ik bijzonder verdacht vond. In perioden van stilte smeedt hij de snoodste plannen. Inmiddels weten we wat hij heeft uitgebroed. Het is zó veel dat premier Rutte en minister De Jonge binnenkort weer zo’n uitputtende persconferentie aan de gevolgen moeten wijden.

„Met mij is alles redelijk goed”, zei ik stroef, „maar het land is weer in rep en roer. Als we niet uitkijken breekt er een burgeroorlog uit tussen gevaccineerden en ongevaccineerden.”

Het Virus lachte hartelijk. „Doe nou niet of je dat erg vindt, want jij hebt dan weer stof voor je stukjes.”

„Als er nieuwe beperkingen komen, zullen er nóg grotere demonstraties met nóg meer galgen volgen”, waarschuwde ik.

„Jullie vragen ook om problemen”, zei hij. Ik hoorde hem met een krant ritselen. „Ik heb net in De Telegraaf een interview gelezen met ene Hans Teeuwen. Wie is dat trouwens?”

„Een soort Theo Maassen, maar dan rechts.”

„Is het zo’n domme man?”

„Helemaal niet. Hij is alleen een beetje in de war, zoals zoveel Nederlanders.”

„Dat mag je wel zeggen, my God!” riep hij. „Hij is zelf gevaccineerd, hij heeft een vriendin die dankzij mij ernstig ziek is geweest, maar hij is tégen de coronapas waarmee voorkomen kan worden dat ongevaccineerden in zijn publiek anderen even ernstig besmetten als zijn vriendin. Kan jij er nog een touw aan vastknopen?”

„Hij is bang dat de overheid met die coronapas ‘een middel in handen heeft om mensen tot gewenst gedrag te bewegen’.

„Hij heeft zich met zijn eigen vaccinatie toch ook door de overheid tot gewenst gedrag laten bewegen? Je kunt van de overheid moeilijk verwachten dat ze tot ongewenst gedrag beweegt – met een groot aantal slachtoffers tot gevolg.”

Ik had Het Virus nog nooit zo empathisch over zijn vijand, de overheid, horen praten, maar dit was schijn. „Mijn verbazing over de motieven van de mensen is niet belangrijk. Als ze mij maar steunen in mijn strijd tegen de overheid. Iedereen is welkom: de wappies, Baudet, Teeuwen, het maakt niet uit. Ik, Het Virus, ben een anarchist pur sang, de overheid moet kapot want elk gezag is een vorm van onderdrukking.”

Ik probeerde het gesprek een wat praktischer wending te geven. „Hoe speel je het toch klaar iedere keer weer de kop op te steken, juist als we denken dat de kust vrij is?”

Hij stiet een korte lach uit. „Je vraagt naar het geheim van de smid. Dat krijg je van mij niet. Ik wil alleen maar zeggen dat ik altijd goed naar de mensen kijk. Hoe speel je ze tegen elkaar uit? Hoe zet je het belang van de een tegenover dat van de ander? Hoe voorkom je dat ze het met elkaar eens worden? Ik heb inmiddels op twee belangrijke fronten gewonnen. In deze pandemie staan, globaal gesproken, de jongeren tegenover de ouderen en steeds meer ook de ongevaccineerden tegenover de gevaccineerden. Als ik nu nog de burgers en masse tegenover de overheid krijg…”

Hij onderbrak zichzelf. „Ik moet weg, een afspraak in een restaurant.”

„Vergeet je coronapas pas niet”, zei ik nog, maar hij was al weg.