Ziekenhuispersoneel onder de zestig jaar krijgt volgende week alsnog versneld een prik tegen het coronavirus, ondanks een tijdelijke stop van het Janssen-vaccin. Indien er volgende week nog niet verder geprikt kan worden met het vaccin van Janssen, krijgen deze mensen het vaccin van farmaceuten BioNTech en Pfizer toegediend, meldt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vrijdag.

Het ministerie reserveerde vorige week 35.000 doses van het Janssen-vaccin die zouden worden toegediend aan het ziekenhuispersoneel onder de zestig jaar dat in direct contact staat met patiënten. De farmaceut zette de leveringen van dit vaccin echter stop, terwijl onderzoek naar eventuele bijwerkingen hiervan wordt verricht.

Daardoor kwam de versnelde vaccinatie van deze groep in gevaar. "Door de voortdurend hoge druk in de ziekenhuizen door de derde golf kunnen zij zich geen uitval door ziekte veroorloven. De komende weken blijven cruciaal", aldus het ministerie. Daarom wordt een levering van het Pfizer-vaccin beschikbaar gesteld als vangnet indien het Janssen-vaccin nog niet kan worden gebruikt.

Wat is er aan de hand met het Janssen-vaccin?

Mochten de zorgmedewerkers worden ingeënt met het Pfizer-vaccin, dan moeten ze ook een tweede prik halen. Het ministerie verwacht dat die tweede levering twee weken later volgt. Voor het vaccin van Janssen was maar één dosis nodig.

Het ministerie verwacht dat de zorgmedewerkers binnen deze groep binnen drie weken allemaal zijn gevaccineerd, aldus een woordvoerder.

NU'91, een vakbond voor zorgprofessionals, laat in een reactie weten heel erg blij te zijn met het besluit. "Het is een hartstikke mooie stap", zegt woordvoerder Michel van Erp. "Er moeten al steeds meer mensen bij komen die acute COVID-19-zorg kunnen verlenen, ook doordat veel mensen uitvallen."

"De druk vanuit de ziekenhuizen is ontzettend hoog. Mensen weten zich geen raad meer. In die zin is het logisch dat er nu naar geluisterd wordt, maar dat is geen vanzelfsprekendheid", aldus Van Erp.